Details

van een Lautenbach ... klik hier om terug te gaan   Grafical Family Tree        Translate

Elske Lautenbach

 
Dochter van 01a

02 | 1574±-1622

Elske Lautenbach, ook Elizabeth genaamd, werd circa 1574 geboren en overleed te Leeuwarden op 21 januari 1622. Elske was gehuwd met Willem Jans Knijff, schrijver van een compagnie Quirijn de Blau 1555-1633, geboren rond 1569 en overleden te Leeuwarden op 13 oktober 1613.

Een uitgebreide tekst vindt u in het boek: Lautenbach - vier eeuwen familiegeschiedenis.

Ao 1613 den 13 octobris sterf d eersamen Willem Iansz Knijf schrijver van de compangie Crijn de Blaeu out 44 iare
Ao 1622 den 21 januarij sterf de eerbare Elske Lautenbach sijn wijf out 48 iaren

Bron NDVA 1966:
Roelof Ketel of Keteler, een in Zwolle geboren, te Emden verblijvende, met een zuster van de Groninger burgemeester Herman Clant gehuwde, Groninger balling, stelt in juni 1585 aan graaf Willem Lodewijk voor om een aanslag op de stad Groningen te wagen. Deze gaat na enige aarzeling op het voorstel in. Met Onno van Ewsum, Krijn de Blauw en een tiental soldaten gaat Ketel als koopman verkleed met knechten, paarden en wagens van Emden naar Groningen, waar hij op 27 juli op het afgesproken tijdstip dat de Staatse troepen de stad dicht zullen zijn genaderd, met drie last boter naar de Heerepoort zal rijden en de wacht zal overmeesteren. Graaf Willem Lodewijk trekt op 26 juli met 1500 tot 2000 man en 200 ruiters uit Friesland op naar Drenthe. Hij heeft geen andere pas dan voorbij en binnen schootsafstand van de schans te Norg, waarin een bezetting van 70 man ligt. Hij zendt des nachts enige soldaten vooruit met bevel om des morgens vroeg de koeien weg te drijven. Hij hoopt, dat het bericht hiervan het stadsbestuur zal doen denken, dat het hier alleen maar gaat om een rooftocht. Een huisman ontdekt bij toeval die paar soldaten en doet hiervan kondschap op Nienoord, vanwaar hopman Hendrik van Delden met enige soldaten uittrekt om de veeroof te verhinderen. Hij stuit echter op het gehele leger, zodat hij zich slechts met nauwer nood in de schans kan bergen. Graaf Willem Lodewijk omsingelt dadelijk de schans, zodat niemand er uit kan om tijding naar Groningen te brengen. Enkele soldaten gaan schermutselen met de bezetting. Graaf Willem Lodewijk beveelt een sergeant om die terug te roepen, maar deze begrijpt het bevel verkeerd en brengt al het krijgsvolk waarmede de schans is omsingeld, terug in het leger. Hopman Hendrik van Delden benut meteen de gelegenheid om te paard naar Groningen te jagen. Als graaf Willem Lodewijk dit ziet, beschouwt hij de aanslag als mislukt en keert naar Friesland terug. Het afgesproken uur verstrijkt zonder dat er iets gebeurt en de metgezellen van Roelof Ketel begrijpen, dat het verloren werk is, en verlaten de stad. Ketel zelf blijft, vertrouwend op zijn relaties. Het stadsbestuur verdenkt hem echter en des nachts wordt hij van zijn bed gelicht en scherp gepijnigd, waarbij hij alles bekend. Als schuldig aan verraad wordt hij op 7 augustus op de markt met den zwaarde gericht en daarna gevierendeeld. Het hoofd wordt op een staak gezet bij de Heerepoort, waar hij het verraad wilde plegen, en de vier lichaamsdelen worden op het aarden bolwerk gehangen dichtbij de wachthuizen der burgers, opdat deze zich aan zijn lot kunnen spiegelen.