Details

van een Pièrlôt ... klik hier om terug te gaan Grafics

Margaretha Euphemia Jacoba Francisca Pièrlôt

Dochter van 04b

05 | 1920-2006

 
Margaretha Euphemia Jacoba Francisca Pièrlôt (Marga) werd 10 oktober 1920 geboren te Noordwijk en is 24 maart 2006 overleden in het ziekenhuis te Drachten. Ze huwde 20 december 1948 met Fopke Lautenbach (Groningen 6 april 1921, overleden 24 november 2000 te Leek), zoon van Pieter Lautenbach en Jantje Visser.

Twee kinderen zijn geboren in dit gezin.
Marga bracht haar jeugd door in Rotterdam. Haar vader was vertegenwoordiger in snoepgoed en Marga wist dat wel te bemachtigen. Zelfs via het dak kwam ze bij het snoepgoed. Spoorsingel 7a?

Ze heeft het altijd vreemd gevonden dat de vier kinderen werden gesplitst na de scheiding: twee naar vader en twee naar moeder. Haar stiefmoeder was een 'heks', die heeft haar (regelmatig?) mishandeld. Zo werd ze regelmatig met spelden geprikt als ze kleding moest passen of af te spelden. Ook werden alle vier de kinderen in een kanaal gegooid om te leren zwemmen. Doorzwemmen zei mijn moeder tegen een zus, want stiefmoeder wil ons gewoon laten verdrinken en dat doen we niet. Haar broer was niet echt bang; hij haalde de traproeden uit de trapkleed.

De oorlog heeft ze doorgebracht in een kamp waar ze niet op haar mondje was gevallen. Dat heeft waarschijnlijk haar leven gered. In de vroege jeugd van haar zoon verhaalde ze daar (vaak) over. Later wou ze daar niet meer over praten.

Aan het eind van de oorlog is ze weggelopen en kwam ze tussen de twee wereldmachten (Rusland en Amerika). Op een brug werd ze teruggestuurd naar de overkant waar ze haar weer terugstuurde naar de andere kant.

De Russen waren smerige lui, volgens haar, uitwerpselen in de bivakzalen (in scholen o.a.). Ze is (lopend) naar Zuid Limburg gekomen.

In de jaren daarna was ze serveerster in Groningen. Dat vond ze leuk werk en kreeg veel fooien. Toen kwam ze drie knapen tegen, waaronder haar toekomstige man (Fopke Lautenbach).

Ze kwamen aan de Klaprooslaan te Groningen inwonen bij een oude dame. Eerst op zolder, later het gehele huis. Er was een kolenkachel en de kolen werden per mud naar boven gebracht en op het balkon gestald.

De twee kinderen zijn aan de Klaprooslaan geboren. Ze hebben een hele fijne jeugd gehad met een speeltuin vlak tegenover het huis en speelruimte achter het huis.

Ergens eind jaren 1970 verhuisden ze. Zelfs even in Zuid Limburg gewoond. Daar kon ze niet harden en kwamen ze in Tolbert te wonen. Het huis werd toen wat te groot en verhuisden naar een kleinere woning in Tolbert. Daar is ze tot het eind toe gebleven.

Het overlijden van haar man heeft ze heel moedig gedragen en tot aan het eind toe heeft ze zelf haar huishouden gevoerd (met wat hulp van de buren en instanties).

In een nacht is ze van bed gevallen en brak haar heup. Ze heeft de hele nacht op de grond gelegen. Ze wilde niet een ander tot last zijn en heeft toen niet om hulp gebeld. Na moedige revalidatie na de operatie bleek dat ze toch een longontsteking had opgelopen. Dat werd haar fataal.

Ze was een vrouw die heel goed het verschil tussen goed en kwaad wist. Ze hield in haar jeugd veel van dansen (tango). Later was breien (ook met een breimachine) haar grote hobby. Autorijden was ook favoriet. Dat wil zeggen haar man reed.