Details

van een Pièrlôt ... klik hier om terug te gaan Grafics

Maria Elisabeth Hendrika Pierlot

Dochter van 03h

04 | 1882-1913

 
Maria Elisabeth Hendrika Pierlot werd geboren 9 augustus 1882 te Den Haag.
Krantenartikel uit 1913. De heer C. Eijsenburger (B. Eijsenburger), sedert 1911 te Soembawa als veearts gevestigd, en zijn jonge echtgenote M. Pierlot, zijn onlangs in de nabijheid van de benting helaas verradelijk door inlanders aangevallen; beiden waren in een rijtuig gezeten op weg naar hun woning. Mevrouw Eijsenburger kreeg een paranghouw en was onmiddellijk dood; haar man kreeg enige lanssteken, waarvan een tot de long doordrong; men hoopt hem in het leven te houden.
Uit NRC en Het Vaderland:
19-8-1910: s.s. Koning Willem II vertrek 20-8-1910 Amsterdam naar Batavia, mejuffrouw M. Pierlot.

Origineel: [knipsel] (Collectie Veenhuijzen [Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag]).
De begraafplaats op Sumbawa (Sumbawa Besar). Aan de weg gelegen grafsteen van M. Pierlot. Foto's familie De Valois, april 2009.

Uit: Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 14-06-1913
Een Drama op een Buitenpost
Uit Makasser wordt aan het Bat. Nwsbl. geseind: De gouvernementsveearts te Soembawa, de heer C. Eysenburger, werd in den vooravond van 7 dezer, ter hoofdplaats Soembawa, met zijn echtgenoote in een rijtuig rijdende, in de onmiddellijke nabijheid der benteng voor het militair hospitaal door een inlander besprongen en met lanssteken en paranghouwen levensgevaarlijk gewond. Mevrouw Eijsenburger werd vermoord. De toestand van den gewonde is redelijk


Uit: Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 20-6-1913
Het drama op Soembawa
Uit Singaradja wordt geseind aan het Bat. Nwsbl.: De vermoedelijke daders van den moord op mevrouw Eysenburger, die kans zagen te ontvluchten, zijn elf dezer gevat. Naar verluidt hebben zij bekend. Groote ongerustheid heerscht op Soembawa als gevolg van deze gruwelijke moordzaak. De vermoedelijke oorzaak van de misdaad moet gezocht worden in een bevel van den veearts om paarden, die aan kwaden droes lijden, af te maken. De veearts is ambtshalve verplicht deze opdracht te geven, terwijl het gouvernement slechts voor een deel de schade vergoedt. De toestand van den heer Eysenburger is vrij gunstig. De begrafenis van mevrouw Eysenburger had onder groote belangstelling plaats. Ook de sultan had van zijn deelneming doen blijken.

NRC 20-06-1913, Avond: Eijsenburger overleden


Uit: Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 21-6-1913
Een slachtoffer van zijn plicht
Naar uit Semarang geseind wordt aan het Bat. Nwsbl., meldt de Loc, dat de heer Eysenburger, veearts op Soemba, op wien eenige weken geleden een aanslag werd gepleegd, aan de gevolgen der bekomen verwondingen is overleden.


Uit: Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 16-07-1913
Weekblad voor Indië
Inhoud van No. 13: B. H. Ebbink, (geïllustreerd), door M. v. G. —De noodlottige aanslag op den heer en mevrouw Eijsenburger, (geïllustreerd), door 11. — Mevrouw Mies Penning-Colin en de heer Maurits Frank, (geïllustreerd), door J. K. —


Uit: Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 29-07-1913
De moord op den heer Eysenburger
Omtrent dezen moord lezen wij in een correspondentie uit Boeleleng (Bali) aan de Loc.: De aanslag geschiedde op korten afstand van de benteng. De daders, drie in getal, hadden zich opgesteld vlak bij het huis van den dokter, waar ook de agent van de Paketvaart en de dames zich bevonden. De detachements-commandant, luitenant Scheuer, was dien dag op patrouille. Dat de aanslag alleen op den heer E. gericht was, blij kt uit het feit, dat de daders den dokter en ook mevrouw E., die kort te voren voorbij gekomen waren, ongedeerd lieten passeeren. Toen de heer en mevrouw E. echter in hun buggy naar huis wilden rijden, waarbij mevrouw E. mende, sprongen de kerels plotseling te voorschijn. Mevrouw E. kreeg een paranghouw over den arm en viel van de buggy, waarna zij nog een houw over het achterhoofd kreeg, die tot op de hersens doordrong. De heer E. kreeg een lanssteek, die waarschijnlijk het hart heeft geraakt en ook eenige paranghouwen. Op het hulpgeroep snelden dokter E. en de agent der Paketvaart naar buiten. De dokter kreeg één der daders te pakken. Deze liet zijn parang vallen, doch in het donker wist hij zich los te rukken, waarop de dokter den heer E. verloste van een anderen aanvaller. De slachtoffers werden het huis binnengedragen, waarna zij naar het hospitaal worden overgebracht. Mevrouw E. is daar denzelfden nacht overleden, terwijl de heer Eysenburger den 17en per Mossel werd vervoerd. De aanslag geschiedde den 8sten. Aangezien een parang en een hoofddoek op de plaats van den overval waren achtergebleven, werden al spoedig aanwijzingen gekregen; een vrouw herkende de parang en den hoofddoek als die van haar man en spoedig had men drie kerels in handen. Twee daarvan hebben reeds bekend, de derde blijft ontkennen. Zij noemden natuurlijk tenslotte ook namen van anderen en niet onwaarschijnlijk is dan ook, dat men de stroomannen in handen heelt, terwijl de bewijzen tegen de moreele daders, waarschijnlijk voorname paardenkoopers of Arabieren, wel niet voldoende zullen worden. Dezen weten natuurlijk van niets. Het is, zooals gezegd, geheel een persoonlijke wraakneming geweest, waarbij de politieke toestand op het eiland niets heeft te maken. De civiele en militaire resident bezocht Soembawa op zijn inspectiereis op 3 Juli. De daders van den aanslag zullen intusschen de galg niet ontloopen.





Uit: Rotterdams Nieuwsblad
15-08-1913
Koloniën
Batavia, 16 Juli,
De noodlottige. aanslag op den heer en mevrouw Eijsenburger.
Het Weekblad voor Indië geeft de portretten van dit ongelukkige echtpaar en H. schrijft er het volgende bij:
Kort en wreed vermeldde een telegram in de dagbladen de droevige gebeurtenis. In enkele woorden stond het er:
„Het den 12den Juni te Makassar aangekomen stoomschip „Le Maire" bracht de tijding, dat op Soemhawa den 7den Juni de veearts aldaar, de heer C. Eijsenburger, met zijn echtgenoote, terwijl zij in een rijtuig door de hoofdplaats reden, in de onmiddellijke nabijheid der benteng door inlanders werden aangevallen.
Het echtpaar werd van achteren besprongen en door lanssteken en paranghouwen getroffen.
Mevrouw Eijsenburger werd vermoord, de veeaarts zwaar gewond; men hoopt hem in liet leven te kunnen houden."
Groot is de verontwaardiging geweest, die deze moord bij het publiek heeft opgewekt. Mogen de zwaar beproefde ouders berusting kunnen vinden, in het besef dat zij niets tegen de slagen, van het lot, die hen zoo onverwachts in diepen rouw hebben gedompeld. Van de Regeering blijft, men het onverantwoordelijk noemen, om jongelieden naar plaatsen te zenden, waar een moeilijke en omvangrijke arbeid werkkrachten eischt van menschen met veeljarige ondervinding en routine.
De voornaamste bijzonderheden van het tragische geval werden vernomen door intermediair van den gezagvoerder van het s.s. „Mossel".
Den 17den Juni weir de gewonde aan boord gebracht; den daarop volgenden dag verwisselde hij het tijdelijke met het eeuwige toen men te Singaradja (Bali) aankwam. Hier is ook de ongelukkige begraven geworden. Men heeft er toe moeten besluiten om den jongeman naar Soerabaja te vervoeren, omdat het niet geraden was hem te Soembawa te houden. Men vreesde voor zijn geestvermogens. Voortdurend toch had hij het beeld van zijn doodelijk verwonde vrouw voor oogen.
Wij geven hier eenige bijzonderheden van den ongelukkige, die handelde in de overtuiging zijn plicht te hebben gedaan en niet alleen zijn eigen leven er bij heeft ingeboet, maar ook dat van zijn jonge vrouw.
Kinderen had het echtpaar niet, wat misschien als een geluk mag worden beschouwd.
De heer B. Eijsenburger dan werd geboren te Salatiga op 1 December 1885. (waarschijnlijk zoon van Franciscus Johannes Eijsenburger en Elisabeth Christina Maria de Bruijn, broer van Jacqueline Eijsenburger 25 mei 1887 Salatiga. Jacqueline huwde 4 februari 1921 te Singapore met Cornelis van Holst Pellekaan (11 mei 1881 Tegal Indonesia, 11 oktober 1953 Wassenaar) Van 1900—1905 was hij leerling van de H. B. S. te Semarang.
Om zijn studies te voltooien, vertrok hij in 1905 naar Holland en bezocht in Utrecht de veterinaire school.
In November 1910 kwam hij te Batavia aan om 1 December van hetzelfde jaar naar Soerabaja gedirigeerd te.worden ter assistentie van de droesbestrijding aldaar.
Op 11 Februari 1911 kwam zijn overplaatsing naar Soembawa en had hij zeker niet vermoed, dat deze verandering zulke noodlottige gevolgen zou hebben voor hem en zijn echtgenoote. Want in Augustus 1911 trad hij vol illusies met mej. M. Pierlot in het huwelijk.
Deze jonge vrouw moest in den vooravond van 7 Juni jongstleden haar jonge leven laten.
De heer Eijsenburger en zijn vrouw kwamen dien dag juist van tournee en reden even bij hun vriend den dokter aan, om hem mede te deelen, dat in de buurt een inlandsche vrouw ernstig verwond was en medische hulp behoefde.
De geneesheer drong er nog op aan, dat de twee jonge menschen zouden blijven eten. Echter, geen flauw vermoeden koesterende welk afschuwelijk lot hun wachtte, besloten zij naar huis te gaan, als reden opgevende, dat zij zeer vermoeid waren van de reis. Mevrouw nam zelf de teugels in handen op den weg naar hun woning, toen zij op eens van achteren werden besprongen.
Als grootste bewijs, dat men zich van geen kwaad bewust achtte, reden zij zonder koetsier of looper, waardoor in de gegeven omstandigheden, vooral met het oog op de paarden, de toestand nog hachelijker werd.
De jonge vrouw, die zoo moedig de teugels hanteerde, kreeg een paranghouw in den hals, die onmiddellijk den dood veroorzaakte. De heer Eijsenburger ontving een lansstoot, eerst aan de rechter- en daarna aan de linkerzijde, die doordrong tot in de long. Hij is nog uit den wagen gesprongen, waarop een worsteling plaats heeft gehad met een der aanvallers,waarbij de ongelukkige nog een houw opliep over den rechterarm. Toch had deze verwonding het minst te beteekenen. De stoot aan de linkerlong gaf hem feitelijk den genadeslag.
Hiermede beëindigen wij de bijzonderheden van dit verschrikkelijk drama. Wij spreken de hoop uit, dat de Regeering meer doorzicht zal gaan toonen bij het plaatsen van jonge, onbedreven ambtenaren, die eerst een flinke leerschool dienen te doorloopen alvorens zij berekend kunnen worden geacht voor de al te zware taak, die hun vaak en vooral in de binnenlanden op de schouders wordt gelegd.


Bataviaasch nieuwsblad 21-08-1913, Dag

De zaken op Soembawa. — Al eenige maanden is het geleden dat de nare tijding van het overvallen van het echtpaar Eijsenburger op Soembawa ons bereikte. Sindsdien heeft men zich druk gemaakt over de quaestie, of het gouvernement tegenover de bevolking naar behooren is opgetreden; of de schadeloosstelling voor afgemaakte paarden wel voldoende is; of de veearts Eijsenburger zich aan ruwheid heeft bezondigd en dergelijke, schrijft het Soer. Hbld.
De hoofdzaak is thans echter dat er recht gedaan worde. Het verraderlijk misdrijf mó'èl streng worden gestraft; de ontwikkelde volksmassa op het eiland moet zien dat het Indische gouvernement gereed staat de straffende hand op te heffen. Van het geval een doodgewone rechtszaak te maken lijkt mij van twijfelachtig nut; immers het is zeer de vraag of de voorgeschreven procedure in een primitief land als Soembawa — waar op ruime schaal met corruptie zal zijn gewerkt — het gewenschte effect zal hebben. Men mag zeker duchten dat de getuigen zeer onspraakzaam zullen zijn.
Ik zou wel eens willen weten wat er op Soembawa geschied is. Hoe ver is men er? Zullen de lafhartige moordenaars van den heer en mevrouw Eijsenburger — en zij, die achter den moord gezeten hebben —met de wrekende gerechtigheid kennis maken? Of zullen zij, wegens gebrek aan bewijs of uit hoofde yan andere overwegingen, vrij op Soembawa's bodem blijven rondloopen en het eiland besmetten met straffeloosheidsbaccillen?
Op deze aangelegenheid vestigt het blad de aandacht van de Staten-Generaal.

Bataviaasch nieuwsblad 28-04-1914, Dag
De Moordzaak op Soembawa. Soera b a j a, 28 April (Parf.) Bij de berechting der moordzaak te Soembawa op den veearts Eijsenburger en diens echtgenoote, is gebleken dat het de neef van den regeerenden radja van Soembawa-besar was, die het moordplan op touw zette. Omdat eenige paarden van hem werden afgekeurd en afgemaakt door den heer Eijsenburger was hij zeer op den veearts gebeten en droeg hij twee Inlanders den moord op. De bestuurder van Soembawa-besar heeft den vorstelijken aanzetter tot den moord en de twee Inlanders ter dood veroordeeld. Men wacht nog slechts op de bekrachtiging van het vonnis.