Details

van een Pièrlôt ... klik hier om terug te gaan Grafics

Lodewijk Joseph Piërlot

Zoon van 02c

03c | 1869-1940

 
Lodewijk Joseph Piërlot is geboren 28 oktober 1869 in Amsterdam. Overleden 22 december 1940 te Leiden, begraven 26 december 1940, 71 jaar Begraafplaats Zijlpoort. Lodewijk Joseph trouwde, 25 jaar oud, op 28 september 1894 in Oegstgeest met Catharina Petronella Huberta van Straalen, 19 jaar oud (ondertrouw Leidsch Dagblad 24-09-1894). Catharina Petronella Huberta is geboren in 1875 in Leiden en overleed 15 februari 1940 te Leiden (14 mei 1919 Leiden, Registratienummer VFADNL104990-2 Den Haag), dochter van Lambertus van Straalen en Johanna Wilhelmina de Bok. Lodewijk woonde later te Amsterdam (een dochter werd daar geboren) en in 1893 was hij militair te Leiden.

Geboortedatum: maandag 25 oktober 1869 Archief: 516 Registratienummer: 1341 Pagina: 663 Akteplaats: Leiden.
Hij had een wasserij (wasscherij) aan de Oude Vest 157 en machinale strijkinrichting. Op 1 maart 1940 trad hij uit. De handelsnaam veranderde in W. Pierlot, nieuwe eigenaar W. Pierlot (Leidsch Daglbad 2-7-1940.


Leidsch Dagblad, 06/12/1900; p. 2/4: Ongeveer één uur in den afgeloopen nacht, werd een der bewoners van perceel 155 aan de Oude Vest wakker door een geweldige brandlucht. Spoedig ontdekte men, dat de daarnevens gelegen wasch- en strijkinrichting van den heer Pierlot, naast het Meermanshof, in brand stond. In allerijl konden de bewoners zich nog redden met achterlating van nagenoeg alles, wat zij bezaten. Toen de brandweer aanrukte, stonden de beide werklokalen in volle vlam, welke spoedig het verdere gedeelte van het huis mede aantastte. Met behulp van de beide stoomspuiten en een drietal handspuiten, waarvan die van de weesburgers het eerste water gaf, was na een paar uren het gevaar voor verder uitbreiding geweken, zoodat te ongeveer vijf uren kon worden ingerukt en alleen nog de slag der waterleiding den gevorderden dienst had te doen.
De werkplaats waarin een massa goed voorhanden was, is geheel uitgebrand en het overige gedeelte van het huis heeft mede ontzettende geleden. De waterschade in het naastbij gelegen perceel is groot. Het geteisterde perceel is geassureerd. Oorzaak van de brand onbekend.
Ware de nogal sterke wind in tegenovergestelde richting geweest, treurig had het er met de belendende perceelen uitgezien, omdat het blusschingswerk door den hevigen rook zeer belemmerd werd.
Het aan de andre zijde gelegen Meermanshof is door de werking der brandweer gelukkig beschermd kunnen worden.

Leidsch Dagblad, 21/06/1901; p. 2/6: D heer L.J. Pierlot, wien eenigen tijd geleden het ongeluk troef dta zijn Amsterdamsche wasch-, strijk- en glansinrichting aan de Oude Vest No. 157, naast het Meermanshofje, gheel moest worden herbouwd, is thans in het bezit van een geheel nieuwe inrichting, bovendien meer naar de eischen des tijds gebouwd. Daardoor heeft hij nu gelegenheid de linnen en andere goederen, welke door zijn handen zijn gegaan, als een proeve van bekwaamheid in zijn vak, te étaleeren. Heden zagen wij er een groote verscheidenheid van. Gevel etalagekast en winkelopstand zijn fraai. Architect van den bouw was de heer Jac. Van der Heyden en aannemer de heer A. Verhoog Jz.

Bij krantenartikel Leidsch Dagblad, 28/06/1904; p. 4/6: Na deze week verzoek ik mijn geachte Cliënteele voor de 2de maal de bekeuring met de daaraan verbonden boeten van L.J. Pierlot, strijkinrichting aan de Oude Vest 157, in het Dagblad van gisteravond eens te willen lezen en hoe zij over deze zaak denkt.
Volgens de bewering van den Kantonrechter te Leiden in de eerste bekeuring was er vergunning tot overwerken te verkrijgen!! OF dat zoo is, dat zal de tijd leeren, misschien als Pierlot uitgeput is. Een ieder der cliënteele kan begrijpen dat 120 Gulden niet met een woord spreken verdiend is, met een boordje strijken. Dit kan ik bewijzen, dat ik mijn aanvraag tot overwerken volgens den officiëelen weg heb gedaan.
Daarom verzoek ik beleefd mijn Cliënteele het Strijkgoed zooveel mogelijk op maandag te geven, opdat ik niet zoo licht weder in een bekeuring zal vallen.
Hoogachtend, 6458 20
Uw dienstw. Dienaar, L.J. Pierlot.

Leidsch Dagblad, 27/06/1904; p. 3/6:
L.J.P, hoofd eener strijkinrichting te Leiden, stond terecht, omdat hij op 27 Mei j.l. te halfacht 's avonds nog 6 vrouwen in zijn werkplaats aan het werk had.
Beklaagde trachtte zich op verschillende wijzen te verontschuldigen. Hem was op 10, 11, 13 en 14 Mei door den Commissaris der Koningin ontheffing van het verbod verleend en nu wilde hij het doen voorkomen ook voor genoemden datum van 27 Mei vergunning te hebben verkrgen. Het bleek echter, dat hij een desbetreffende missive maar aan één kant had gelezen en juist de andere bladzijde niet had gelezen, aan welke naïveteit de kantonrechter weigerde geloof te hechten.
Waar beklaade blijkbaar zoo slecht op de hoogte bleek van de bepalingen der Arbeidswet, reid de kantonrechter hem aan zich een exemplaar deze wet aan te schaffen.
De ambtenaar herinnerde er aan, dat beklaagde nog zeer onlangs voor een dergelijk feit veroordeeld was en eischte daarom thans 6 geldboeten van ƒ 20, subs. 6-maal 4 dagen hechtenis.

Leidsch Dagblad, 05/12/1918; p. 1/4: en Leidsche Courant, 05/12/1918; p. 2/4: Gemeentelijke wasscherij.
In verband met de eventueel e oprichting dezer in stelling, heeft zich uit de Leidsche Waschindustire een Commissie gevormd, bestaande uit de heeren J. Kamerbeek, P.P.J. van Remundt, P.J. Dieben, F.W. Nijssen, B.C.J. van Ommeren en L.J. Perlot. Deze commissie zal het preadvies van B. en W. afwachten en haar actie geheel en al regelen naar de inzichten van het geacht College, daarbij rekening houdende met de belangen van de Volksbewassching in het algemeen, zoowel als met die vanhet gezamenlijk Leidsche particulier bedrijf in het bijzonder. De Commissie stelt zich bij voorbaat op een breed sociaal-economisch standpunt, van welk standpunt zij zoo nodig een dusdanige regeling in het verschiet ziet, dat de Volksbewassching worde bevorderd, met instandhouding van het gezamenlijk particulier bedrijf, zonder dat de Gemeente zich offer zal behoeven te getroosten ter willen van het particulier bedrijf.